Humanitas

Ervaring van een bezoekmoeder

Een jonge vrouw, mens en moeder net als ik

 

Ik sta voor een grote ijzeren poort die hermetisch het achterliggende terrein begrenst.

Als ik aarzelend op het belletje druk en me meld, gaat hij piepend en krakend open.

Sesam open U… ik betreed een andere wereld, loop over terrein waar je normaal niet komen mag.

 

Bij de portier wordt mijn paspoort grondig gecontroleerd. Ik sta daar maar in afwachting van wat er gebeuren gaat. ‘Heeft u een mobiel bij u?’ ‘Ja.’ ‘Wilt u die dan in een kluisje doen?’

Als mijn tas inclusief inhoud in een kluisje zit, mag ik naar binnen.

 

Eerst sta ik voor een grote zwaar vergrendelde deur. Als ik wederom op het belletje druk, opent die zich. Dit keer geen gepiep en gekraak, nee maar een intens geluid van het slot dat ontgrendeld wordt. Dan moet ik door de detectiepoort. Pieieiep…. O, jee daar heb je het al.

Blijkt dat er staal in mijn schoenen zit. Als die op de lopende band liggen, probeer ik het nog een keer. Pieieieiep……. Wat nu nog? Mijn riem…. Okee. En dan kan ik erdoor. PIEPVRIJ!!

 

De volgende barricade is een sluis. Eerst weer het ontgrendelen van het slot. Dan sta ik in een sluis van 1 bij 1,5 meter. Als de eerste deur zich achter mij sluit, sta ik gevangen. Ik kan niet voor- of achteruit. Help… waar ben ik aan begonnen? Het tweede slot gaat voor mijn gevoel veel te laat open en de tijd lijkt wel een eeuwigheid, maar…ik ben aan de overkant.

 

Een bewaker wacht me op en wijst me een steriel kamertje aan. Witte muren zonder een schilderij of opluistering. Alleen een tafel met 4 stoelen en een telefoon. Nog voor ik zit, gaat de bewaker al weer weg en draait de deur…op slot! Het spookt in mijn hoofd. Waarom doe ik dit?

 

In gedachten verzonken hoor ik het slot weer opengaan. Weer de bewaker, maar nu met een vriendelijke jonge vrouw bij zich. Als ik haar lieve maar vragende gezicht zie, weet ik weer waar ik het voor doe. Voor deze jonge vrouw, mens en moeder net als ik.

 

Ze is wat afwachtend en gaat tegenover me zitten. We stellen ons voor en dan begint ze te vertellen. Ze houdt niet meer op. Gespreksstof genoeg. Wat maakt ze veel mee en wat staat ze voor grote uitdagingen in haar leven. Het voelt goed om met haar te praten. Haar enthousiasme als ze vertelt over haar kind. Een doodgewone moeder niet anders als mijn vriendinnen en ik. Met dezelfde zorgen.

Ben ik een goede moeder? Hoe pak ik het aan? Hoe kan ik het contact met mijn kind verbeteren? Het enige verschil is dat we inventief moeten zijn. Mogelijkheden die er zijn moeten zoeken en benutten om het contact zo optimaal mogelijk te kunnen houden met haar kind.

Grappig dat ze al pratend eigenlijk zelf de oplossingen aandraagt. Zelf ideeën heeft over hoe ze het zou kunnen doen.

 

Onze relatie heeft iets puurs. We mogen elkaar niets geven, geen kaartjes, geen bloemetje of kleine attentie. Dat kan en mag niet. Het enige wat we elkaar geven is onze tijd en aandacht. Ook zij moet in haar druk bezette weekschema een gaatje zoeken en net als ik iets van haar spaarzame vrije tijd afgeven. Als mens voelt het goed. Om je tijd en energie te geven voor een ander. Allerlei zaken passeren de revue, op het moment dat zij kiest om erover te willen praten.