Vanessa
‘In de gevangenis heb ik veel nagedacht over mijn leven. Wat heb ik mijn kinderen aangedaan? Wat doe ik hier? Dat waren vooral vragen die me bezighielden. Ik voelde me toen ook heel schuldig tegenover de kinderen. Ik had tegen ze gezegd dat ik een tijdje in het ziekenhuis moest verblijven, maar toen zei mijn dochter tijdens een bezoek: Mama, dit is geen ziekenhuis, dit is een gevangenis! Daarna kon ik niet meer liegen. Ze weten dus allebei dat ik in de gevangenis heb gezeten. In mijn detentietijd hebben de kinderen het heel moeilijk gehad. Het was vooral te merken aan hun gedrag, ze waren aanhankelijk en soms vervelend. Ik wil de kinderen behoeden voor detentie, want ik vond het echt geen leuke tijd daar.
De juffrouw van mijn dochter wist van mijn detentie. Daardoor heeft ze meer aandacht aan haar kunnen geven. De kinderen hebben beiden veel aandacht gevraagd, zowel op school als aan oma. Mijn dochter verzon zelfs dingen op school, dan zei ze op een dag: Mijn mama is vandaag jarig. Terwijl dat helemaal niet waar was. Ook waren ze heel erg aanhankelijk bij oma, toen ik in detentie zat. De angst om mama kwijt te raken hebben ze nog steeds. Ze vechten soms om wie bij mij in bed mag slapen en maken ook ruzie omdat ze jaloers zijn op elkaar.’

