Humanitas

Rosa - uit Houvast

 

‘Het heeft nog heel lang geduurd voordat ik het hele spelletje snapte, waar ze mee bezig waren. Ik verdiende geen grof geld, maar toch genoeg om iets extra’s voor mijn kinderen te doen. Eigenlijk is het gewoon te ver gegaan. Ik ben er te ver in meegegaan. Ik zat er zo ver in, dat ik er niet meer uit kon. Toen mijn zoon ziek was, zorgde m’n vriend voor mij.

Er werd heel veel druk op me gelegd, ik werkte steeds meer. Ik had drie telefoons, die gingen dag en nacht. M’n kinderen werden er ook helemaal gek van. Ze hadden nooit een normaal gesprek met mama. Als de telefoon ging, moest ik opnemen. Ik ben gaan solliciteren, ik wilde weer gewoon een baan. Ik zou bij een kledingwinkel gaan werken. Maar zover is het niet gekomen.’

 

‘De inval was een opluchting. Het was ’s ochtends vroeg, bij mij thuis. Ik was heel rustig, maar de kinderen dachten: wat gebeurt hier allemaal? Mijn middelste zoon was er heel nuchter onder, hij ging gewoon naar school. Hij zei: Het komt allemaal wel weer goed, mama. Mijn oudste zoon is ook gearresteerd, na mij. Hij heeft ontzettend bonje lopen maken: Hoe kunnen jullie dat zo doen, bij een moeder met kinderen. Niks zeggen ma, wacht op een advocaat. Maar ik had al besloten dat ik wel wat ging zeggen. Ik dacht: dan ben ik ervan af.

Mijn jongste zoon zou drie dagen later geopereerd worden, daar zat ik heel erg mee. Ik dacht: ik ga bekennen. Ik heb zo veel gezegd, ik heb eigenlijk alles verklapt.’

 

‘Ik mocht uiteindelijk 500 euro achterlaten, voor de huur en voor eten. Mijn dochter heeft verder alles gedaan. Ze ging met mijn zoon naar het ziekenhuis, ze heeft voor het hele gezin gezorgd. Jeugdzorg kwam één keer in de drie weken kijken of alles goed ging. Maar ze vroegen niet naar het financiële plaatje, of de kinderen het wel konden redden. Ze kregen geen uitkering, want ze gingen nog naar school. En als ze thuis wonen, krijgen ze ook geen studiefinanciering. Ze kregen helemaal niets. De kinderen moesten zichzelf zien te redden.’

 

‘Tijdens de maand in beperking heb ik mijn kinderen twee keer gesproken. Tien minuten aan de telefoon, waar de politie bij zat: Ma, je moet je geen zorgen maken. Ik ben bruine bonen aan het maken, het komt allemaal goed. Mijn dochter heeft een sterke persoonlijkheid. Zij heeft gezorgd voor de kinderen, ze heeft zo veel voor ze gedaan. En voor mij. Ze zorgde dat alles draaide. En dan kwam ze ook nog elke week op bezoek.’

 

‘De kinderen vroegen vooral of ik het wel goed had. Ik was heel erg gefrustreerd maar dat heb ik ze nooit laten merken. Want dat werkt averechts op ze. Jij zit vast, maar een kind is vrij. Als je overbrengt dat je ongelukkig bent, gaat een kind zich ook zo voelen. Ik heb altijd heel stoer gezegd: Het gaat prima met mama, ik vermaak me wel. Ik trek het wel. Nog maar een paar maanden. Dat heeft wel gewerkt. Ik studeerde veel. Ik ben naar school gegaan en ik heb m’n diploma’s behaald. Dat is goed voor jezelf, maar ook naar de kinderen toe: Kijk eens wat mama heeft gedaan.’

 

‘Ik wil ze eigenlijk alle vier weer thuis hebben, maar dat kan niet meer. De twee oudsten hebben hun eigen leven opgebouwd. Al is mijn oudste zoon een jongen die nog niet weet wat hij met z’n leven wil. Hij wil het liefst dat we weer allemaal bij elkaar zijn. Maar dat kan niet. De deur staat wel altijd voor ze open. Ik heb zelf een hele zware jeugd gehad, ik was altijd van plan om het met mijn kinderen heel anders te doen. Vaak val je in hetzelfde patroon als je ouders, maar ik heb dat niet gedaan. Elke dag zeg ik tegen de kinderen dat ik van ze hou. Ze zijn altijd welkom. Maar ik laat ze hun eigen leven leiden, ik vertel ze niet wat ze wel of niet moeten doen. Ze maken ook foute keuzes maar dat moeten ze zelf ondervinden. En hoe krap het ook is, ze kunnen altijd terecht bij mij.’