Humanitas

Petri

‘In de twaalf maanden dat ik in de gevangenis heb gezeten, heb ik maar drie keer bezoek gehad van mijn zoon. De rest van mijn kinderen heb ik meer dan een jaar niet gezien. Mijn zussen werken allebei en ik kon niet van hen verlangen dat ze ook nog op bezoek kwamen met mijn kinderen. Ik ben daar nog steeds erg verdrietig over en voel me echt schuldig tegenover mijn kinderen! Ik heb de kinderen wel vaak gesproken via de telefoon en ik stuurde kaartjes naar ze maar ik heb weinig post van hen teruggekregen. Dit vind ik wel jammer. Ik voelde me hierdoor eenzaam en ben erg teleurgesteld in de buitenwereld.

Ik zie de toekomst wel positief tegemoet, maar vind het ook wel angstig. Ik weet niet hoe de kinderen zijn omdat ze toch zijn gegroeid in de anderhalf jaar dat ik heb vastgezeten. Ik heb nu hulp gevraagd aan Humanitas om me straks te helpen met de opvoeding en het huishouden. Ik merk dat ik minder goed tegen drukte kan en ik weet niet hoe het zal gaan als straks alle kinderen weer thuis wonen. Vóór mijn detentie was ik huismoeder. Ik wilde wel gaan werken maar dat is er nooit van gekomen. In de gevangenis heb ik een opleiding richting horeca gedaan en nu werk ik ook in de horeca. Ik wil straks een opleiding gaan volgen voor voedingsassistente, dat lijkt me erg leuk. Maar het lijkt me ook moeilijk om werk te vinden omdat mensen je toch zien als crimineel als je een strafblad hebt. Ik vind een drugkoerier toch echt iets anders dan een crimineel.’