Humanitas

IK-JIJ-WIJ

Aan het einde van de detentie kunnen moeders deelnemen aan de IK-JIJ-WIJ bijeenkomsten. Na een periode van detentie worden moeders steeds meer onzeker over hun rol als opvoeder. Vooruitlopend op het beëindigen van de detentie biedt Gezin in Balans groepsbijeenkomsten die zich richten op het vergroten van opvoedingsvaardigheden en inzicht in de eigen mogelijkheden, het leren keuzes maken en het benutten van kansen. Een aantal coördinatoren en vrijwilligers van Gezin in Balans is opgeleid om deze groepsbijeenkomsten te kunnen begeleiden.

 

Doel : Moeders handvatten te bieden in situaties die zij zullen aantreffen als ze na beëindiging van detentie hun rol als opvoeder weer zullen oppakken.

 

Opbouw : De medewerkers van de PI voeren de eerste selectie van potentiële deelnemers aan IK-JIJ-WIJ uit. De coördinator van Gezin in Balans houdt vervolgens een intake met de geselecteerde moeder waarna definitief wordt besloten of zij wordt toegelaten. Voorafgaand aan de groepsbijeenkomsten is er een individueel startgesprek waarin de individuele werkpunten en doelen van de moeder worden geformuleerd en een aantal meetvragen worden ingevuld. De moeders krijgen een persoonlijk ontwikkelingsplan waarin de werkpunten worden beschreven.

 

IK-JIJ-WIJ bestaat uit negen groepsbijeenkomsten van 2 uur en 30 minuten, inclusief pauze. De groep bestaat uit minimaal 8 en maximaal 12 deelnemers en 1 coördinator. Tussentijds worden de werkpunten geëvalueerd en indien nodig aangescherpt. Hierbij worden de moeders gecoacht door vrijwilligers van Gezin in Balans. De moeders worden gestimuleerd om actiepunten te bedenken en deze tussen de bijeenkomsten uit te voeren, al dan niet met hulp van het maatje / de vrijwilliger van Gezin in Balans. In de laatste bijeenkomst worden de einddoelen geformuleerd en genoteerd in het persoonlijk ontwikkelingsplan. Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt aan de moeders meegegeven. Na afloop  worden de meetvragenlijsten opnieuw afgenomen.

IK-JIJ-WIJ kent een stapsgewijze opbouw die nodig is om eerst de kernovertuiging van slachtofferschap af te breken en een alternatief denkpatroon op te bouwen (empowering).